

In tegenstelling tot de 10 meter wordt bij de 30 meter-discipline zowel staand als knielend geschoten: 30 schoten staand en 30 schoten knielend.
Wedstrijden bestaan uit zogenaamde voorrondes (of series) van 60 schoten. De hierna 8 best geplaatste schutters schieten nog een finaleserie van 10 schoten op commando. Tijdens deze finaleserie worden de resultaten direct door de wedstrijdjury weergegeven en opgeteld bij het resultaat uit de voorronde, waardoor de spanning met name voor de schutter (maar ook voor het publiek) hoog kan oplopen. Bij een gelijke stand zal uiteindelijk een barrage (schot om schot) de doorslag moeten geven.
Wedstrijdleider: de heer W. Aarts.