

In twee uur tijd 60 schoten staand schieten, dat is een hele prestatie. Dan is niet alleen belangrijk of je goed kunt schieten, concentratie en (mentaal) uithoudingsvermogen spelen een minstens zo grote rol.
• Het 10 meter match-schieten is technisch te vergelijken met de Olympische discipline 10 meter luchtgeweer. Het grootste verschil is dat een pijl (pijlpunt 4,5 mm) in plaats van een kogel wordt gebruikt.
• De schijf waar de pijl inslaat bevindt zich op 10 meter afstand van de schutter en de roos (10 punten ) is slechts 0,5 mm groot. De overige ringen (9 t/m 1) zijn elk 2,5 mm breed.
• Het gewicht van de kruisboog waarmee geschoten wordt, is ongeveer 6 kg.
• Na ieder schot kan met één druk op de knop de schietschijf worden getransporteerd, zodat een nieuw kaartje kan worden aangebracht en de pijl weer in het bezit van de schutter komt.
Wedstrijden, nationaal, maar ook internationaal, bestaan uit zogenaamde voorrondes (of series) van 60 schoten (voor heren) en 40 schoten (voor dames en junioren). De hierna 8 best geplaatste schutters schieten nog een finaleserie van 10 schoten op commando. Tijdens deze finaleserie worden de resultaten direct door de wedstrijdjury weergegeven en opgeteld bij het resultaat uit de voorronde, waardoor de spanning met name voor de schutter (maar ook voor het publiek) kan oplopen. Bij een gelijke stand zal een barrage (schot om schot) de doorslag moeten geven. Naast de competitie zijn de Nationale Kampioenschappen en de Gouden Pijl de belangrijkste prijzen.
Wedstrijdleider: de heer W. Aarts.